Contact

Contactpagina

Bezoekadres
Reitseplein 1
Postbus 90154
5000 LG TILBURG
T 013 205 00 00

Voor ondernemers uit Zeeland:
Oostelijk Bolwerk 9
4531 GP Terneuzen
T 0115 451456

Wtp: ‘Pas op voor appels en peren!’ | Aon

Zoals bekend ondergaat ons “appeltje voor de dorst” de komende jaren een ingrijpende facelift. Een van de belangrijkste doelstellingen van de Wet toekomst pensioenen is dat het pensioen voor de werknemers begrijpelijker wordt. Met een jaarlijkse vaste premie-inleg als meest dominante toezegging voor de oudedagsvoorziening lijkt het voor deelnemers ook veel duidelijker. Iedereen snapt toch dat een beschikbare premie van 25% hoger en dus beter is dan 15%? Toch blijkt in de communicatie verwarring te ontstaan doordat (opnieuw) niet alle partijen dezelfde definitie van premie hanteren. Hierdoor vergelijkt een werknemer mogelijk appels met peren bij de vergelijking van zijn of haar pensioen binnen het arbeidsvoorwaardenpakket.

Afspraak is ‘netto premie’!

Bij de opkomst van de oorspronkelijke beschikbare premieregelingen (nog met een leeftijdsafhankelijke, stijgende inleg) vanaf het einde van de vorige eeuw ontstond deze discussie ook al. Om de premie-inleg voor deelnemers inzichtelijk en vergelijkbaar te maken heeft de toezichthouder AFM al snel aangedrongen in de communicatie over te gaan op de daadwerkelijk spaarpremie als ‘beschikbare premie’. Elementen in de premie die geen onderdeel van de beleggingen vormen, zoals administratiekosten en de premies voor het afdekken van risico’s bij overlijden of arbeidsongeschiktheid worden sinds 2015[1] buiten deze ‘netto’ beschikbare premie gehouden.

Verschil kan oplopen tot 5 procentpunt

In de markt van de verzekerde pensioenregelingen (verzekeraars en PPI’s) was deze methode daardoor ook al voor de Wtp algemeen in gebruik. Nu ook de pensioenfondsen massaal overstappen op beschikbare premieregelingen herleeft deze discussie helaas weer. In de nu beschikbare transitieplannen en de persuitingen over de bereikte akkoorden ligt bij de pensioenfondsen sterk de nadruk op de ‘bruto’ beschikbare premie, waaruit nog administratiekosten en de premies voor het afdekken van risico’s bij overlijden en arbeidsongeschiktheid worden gefinancierd. Uit de transitieplannen van de grote bedrijfstakpensioenfondsen kan herleid worden dat het verschil tussen de gecommuniceerde ‘bruto’ premie van bedrijfstakpensioenfondsen en de ‘netto’ premie die daadwerkelijk wordt belegd gemiddeld wel 5 procentpunt kan zijn.

Hoogte werknemersbijdragen

Als we met zijn allen echt willen dat werknemers een eerlijke vergelijking kunnen maken tussen de verschillende pensioenregelingen, dan zal er ook meer transparantie moeten komen over de hoogte van de werknemersbijdragen. Dit element is voor veel werknemers niet duidelijk. Uiteindelijk moeten werknemers objectief kunnen beoordelen wat de werkgever daadwerkelijk voor hem of haar inlegt en welk deel feitelijk uit de eigen portemonnee komt. De gemiddelde werknemersbijdrage die wij in onze portefeuille zien, is 4% van de pensioengrondslag bij verzekerde beschikbare premieregelingen. Bij de grote bedrijfstakpensioenfondsen leggen de werknemers wel tot 10% van de pensioengrondslag zelf in. Zonder verdere uitleg aan de deelnemer verstoort ook dit verschil de onderlinge vergelijkbaarheid van de nieuwe pensioenregelingen.

Geen zuivere vlakke premie

Een deel van het probleem lijkt te zijn dat de pensioenfondsen feitelijk geen zuivere vlakke premie toezeggen. De feitelijke netto inleg in de (persoonlijke) pensioenpotjes is de resultante van de bruto premie, verminderd met de feitelijke kosten en risicopremies. Eigenlijk houden de fondsen daarmee vast aan het verleden, waarbij de pensioenopbouw ook volgens deze “collectief beschikbare premie” of CDC werd vastgesteld. Waarom is het moment niet aangegrepen om in navolging van de praktijk in de verzekerde markt de ‘netto’ beschikbare premie vast toe te zeggen, met een opslag voor kosten en risicopremie daarbovenop?

Vrijgestelde regeling onnodig ingewikkeld?

Werkgevers die ervoor hebben gekozen een vrijstelling van deelname aan de regeling bij een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds aan te vragen, dienen aan te tonen dat hun eigen pensioenregeling minimaal gelijkwaardig is aan de regeling die geldt bij dat bedrijfstakpensioenfonds. Gelukkig is in het Besluit dat toeziet op de rekenregels voor het aantonen van deze gelijkwaardigheid het verschil tussen de ‘bruto’ en de ‘netto’ beschikbare premie onderkend. De vergelijking moet volgens het Besluit plaatsvinden op basis van de feitelijk inleg in de persoonlijke pensioenpotjes. Toch komt het onnodig ingewikkeld over. Als bedrijfstakpensioenfondsen de toezegging zouden baseren op een zuivere beschikbare premie wordt een vergelijking van gelijkwaardigheid ook hier toch veel eenvoudiger?

Verstorende rol werknemersbijdrage

Overigens speelt hier ook al jaren de bijdrage van de werknemers een verstorende rol. Stel dat een werkgever de beschikbare premieregeling voert onder een verkregen vrijstelling van een bedrijfstakpensioenfonds. Het bedrijfstakpensioenfonds kent een (netto) premie van 20% en een eigen bijdrage voor de werknemers van 10%. Ondanks dat de werkgever in de eigen regeling 15% (netto) aan de werknemers beschikbaar stelt zonder eigen bijdrage wordt de regeling van de werkgever als minderwaardig gekwalificeerd, Wie het begrijpt, mag het deze werkgever gaan uitleggen. Of aan de werknemers die mogelijk opeens verplicht gaan worden een deel van hun inkomen in te gaan leggen in de pensioenregeling.

Nieuw, maar niet vernieuwend

De pensioenwet is nieuw. De uitwerkingen zijn helaas nog weinig vernieuwend. Laten we het echt eenvoudiger maken. Zeker nu vandaag de dag de focus binnen arbeidsvoorwaarden steeds meer komt te liggen op amplitie; het versterken van het welbevinden en het functioneren van medewerkers. Binnen deze aanpak kan de nieuwe pensioenregeling heel gericht worden ingezet voor het financieel welzijn van werknemers.

[1] https://centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl/publicaties/handreiking-voor-de-toepassing-van-het-besluit-d-d-21-december-2009-cpp2009-1487m-beschikbare-premieregelingen-en-premie-en-kapitaalovereenkomsten-versie-28-mei-2010/

Vragen of meer informatie?

Neem dan contact op met Jacintha van Bijnen-den Haag, Manager Client Consultants SME & GCC, via jacintha.den.haag@aon.com


Voor de inhoud en organisatie van onze Academy bijeenkomsten, masterclasses  en communities voor ondernemers en bij de uitvoering van bepaalde dossiers werken we samen met vaste partners. Door deze samenwerking kunnen we gebruikmaken van de kennis, ervaring en faciliteiten van deze bedrijven.

Meer informatie over onze partners >>

"*" geeft vereiste velden aan

 

Met het versturen van deze gegevens ga je akkoord met de wijze waarop wij jouw gegevens verwerken. Privacy statement